RSS
 

Wat ik wél heb gedaan

01 May

Ik heb een verschil ontdekt, mensen, tussen mij en eh, nou jullie, De Mensen. Als De Mensen zeggen ‘ik ben aan het klussen in mijn huis’, dan bedoelen ze ‘ik ben de muren aan ‘t verven en wat lampjes aan het ophangen’.

Wist ik niet. Ik dacht dat verven en ophangen Verhuizen heette. En dat Klussen al het andere was, datgene waardoor je de hele tijd in gescheurde kleren en verzaagseld haar hijgend bij school komt aanrennen omdat de schooldag alweer voorbij was terwijl jij nog in gevecht was met een steunbalk. Ofzo.

Ik dacht dat klussen ongeveer als volgt moest. Dat het er eerst zo uitziet, met beton en kastjes van watdoendiedaar.

Keuken bij aanvang

Net of er al iets te zitten viel, die stoelen.

En dat je dan eerst samen met een hulpvaardige dorpsgenoot (Reinder! Dank! Dank!) die kastjes eruitbeukt en op een handiger plek hangt. En dan, – als je de muren eerst eens een ánder uitzinnig kleurtje hebt gegeven (Jan! Mounet! Dank!) – de schutting uit je oude huis naar je nieuwe erf sleept en het op een zagen, schroeven en lakken zet; máár eerst op een schrobben en schuren. Want vijftien jaar schutting, dat heeft een dikke laag groene algen, mén. Maar dat je dan een week of wat later dit hebt:

Keuken na verbouwing

En dat de buren dan komen vragen ‘het is toch een húúrhuis?’, zodat je begint te vermoeden dat ‘t wel een tandje minder zou kunnen, en ook dat ze je decoupeerzaag misschien een klein beetje beginnen te haten. Je had immers ook eerst nog even een grenen vloertje gelegd in de huiskamer.

Nou, en dat je dan om je heen kijkt wat je éigenlijk van plan was. O ja. Je hebt een zoon, en die krijgt zijn eigen kamer, en die kamer is hoog. Hoog als in viereneenhalve meter van hoogste punt tot vloer. En dat je dan even niet hebt nagedacht en die jongen beloofd hebt dat daar natuurlijk een zolder in komt, met een lift en een trap en een brandweerpaal.

Zoldertrap en want

Die paal en die lift zijn voorlopig (!) vergoelijkt door een heus piratenklimwant. Maar het trapje kwam er wél, want kindjelief krijgt een bed op zolder, waar hij af en toe zelfs in slaapt, en moeders gaat ech nie met haar hoogtevrees in dat want klimmen om een boekje voor te lezen of in schone lakens te voorzien.

En hoe het er daar boven dan uitziet? Nou, eh, kijk maar even rond.

Duizelig? Ja, ik ook, ‘t is best hoog. Maar ook érg gezellig, vooral als het onweert vlak boven je hoofd.

En dat je dan denkt dat ‘t nu wel klaar is, maar dat dat Topmanneke eigenlijk eindelijk wel eens een fatsoenlijke klerenkast mag. En dat de schroeven je inmiddels wel de neus uitkomen, zodat je je spaarsaldo checkt en een dagje op Ikea.nl en Blankhoutenmeubelhuis.nl rondtuft. De eerste heeft niets wat heel Nederland niet ook heeft, de tweede levert ongeschilderde bouwpakketten à raison van vierhonderd euro per kast.

Dus denk je: als Berend van de plaatselijke Formido gewoon wat mdf voor me op maat zaagt, heb ik ook een bouwpakket à veel meer raisonable.

Kledingkast

Schroefjes, verfje, nóg een verfje en nóg een – zodat je opnieuw leert dat men gewoon nooit moet besparen op lakverf -, en dan kan Topmanneke zijn kleren, verkleedkisten en muziekspeelgoed ook fatsoenlijk kwijt.

Nou. Inmiddels maak je plannen voor een nieuw bedrijf: TopLatje.nl, maar je weet nog niet hoor, dat gezaag de hele tijd maakt zo’n lawáái.

(Je begrijpt inmiddels historischerwijs waarom vrouwen vanouds met lapjes en draadjes werken, en mannen met planken. Borduren en stikken en breien kan binnen, als de kinderen slapen of spelen, en ‘t geeft niet zo’n t@#$#zooi in je hele huis. Die mannen van vroeger, die doken gewoon de schuur in met hun afkortzaag, terwijl er thuis op de kinderen werd gepast, door iemand met een haakwerk.)

(Je blijft je alleen afvragen waarom werkelijk iedere man anno 2014 nog altijd heel zenuwachtig wordt van een vrouw met een boormachine. Moet ik dat freudiaans zien, heren, of schuilen er daadwerkelijk mij nog onbekende gevaren in het hanteren van zwaar gereedschap indien men niet over de vereiste geslachtskenmerken beschikt?)

Waar was ik. O ja, lapjes. Bij verhuizen – niet klussen – hoort ook gordijnen. Daarom heb ik het grootste deel van mijn leven totnutoe gedacht dat ik niet kon naaien. (Hm. Na de vorige alinea klinkt die zin ineens wat, eh.) Gordijnen zijn tegelijk saai en moeilijk – waarmee ze ook een soort unicum zijn. De meeste moeilijke dingen zijn alleen al daardoor niet saai. Waar was ik. O ja, gordijnen, moesten er toch komen. Lapjesmarkt, linnen-katoen, met gezellige on-hysterische streepjes. Ik noem ze toch, want ik heb er twee volle maanden tegenaan gehikt om ze te plooien en zomen. Klusje van niks uiteindelijk.

Zo, die hangt  (‘t was net na Pasen).

En dat je dat naaimachien ook ergens moet neerzetten en er meteen maar een Naaiatelier-op-de-vierkante-meter van maakt.

Naaiatelier

Knuskes, wa?

En dat je dan, na twee maanden de hele tijd maar dóór boren, denkt: en nu maak ik iets wat ik kan optillen, waar ik niet in kan klimmen en wat in een dag klaar is.

Wiebelkrukje

Dus dan verzin je: de paddestoelewiebelnaaikruk!

En dat die dan perfect blijkt te zitten. Zodat je langdurig wilt blíjven zitten om eindelijk eens uit te blazen.

En dat dan je zoon zegt: zo’n krukje wil ik ook wel. Maak je er morgen eentje in mijn maat?

Natuurlijk, jongen.

 

 
5 reacties

Geplaatst op 01-05-2014.

 
  1. Aly

    02-05-2014 at 00:54

    Geweldigggggg……

     
  2. els

    02-05-2014 at 09:39

    topper!!!!!

     
  3. Nienke

    02-05-2014 at 10:26

    Je bent geniaal. Dat we dat maar even helder hebben.

     
  4. Martijn

    02-05-2014 at 11:17

    Fantastisch!

     
  5. Rinske

    02-05-2014 at 11:47

    oh wat een heerlijk verhaal weer! dank je!

     

Jouw reactie